#80 The Belly of Momo
Nederlandse tekst
‘Si bo stima bo wowonan, no bin wak’
Als symbool van collectieve ontlading, belichaamt de corpulente figuur van King Momo in het Curaçaose Karnaval cyclische wijsheid: tijdelijke structuren keren terug, elk einde bevat een nieuw begin. Dood is transitie; voorouders zijn actieve deelnemers. Verleden en heden lopen in elkaar over.
Voor Kevin Osepa is de Buik van Momo zowel onderwerp als strategie. Een poreuze filosofie die een spiegel vormt van Buro Stedelijk zelf. Beide zijn interieurs in wording: plekken om samen te komen, om te experimenteren, waar chaos gekoesterd mag worden. De (onder)buik kan tegengestelde krachten dragen zonder oplossingen te behoeven: rouw en vreugde bestaan naast elkaar en dragen beiden de resonantie van onze voorouders.
De kracht van de maag als een gespierde, ondoorzichtige plek. Samen soep eten wordt een methode: een vorm van communicatie die woorden overstijgt, een uiting van gemeenschap die geen verantwoording behoeft. Dit is zintuiglijk weten, een belichaamde ontmoeting, wijsheid die tussen lichamen wordt doorgegeven in een gedeelde ruimte. Moederlijke kennis daagt de mythe van het solitaire genie uit, en dringt aan op kunst als relationele praktijk, als een vorm van zorg.
Samenwerkingen zijn cruciaal: geluidskunstenaar Rozaly, multidisciplinair kunstenaar Lakisha Apostel en vele anderen maken deel uit van dit werk. Hoewel het Osepa’s naam draagt, is de aanwezigheid van zijn moeder – haar beeld, haar denken, haar aanraking en haar praktijk – in alles vervlochten.
In de tijd tussen de conceptualisering en de installatie van deze tentoonstelling hebben talloze collaborators deze ruimte getransformeerd. De buik is waar vorm vloeibaar blijft, waar het onverwerkte ademt. Je wordt uitgenodigd om uit balans te raken, de drang naar zekerheid los te laten, je in complexiteit te wikkelen. De buik bevat wat bij ‘formele instituten’ ontbreekt: de drempel waar transformatie begint.
Binnenin maakt zintuiglijke verzadiging ruimte voor collectieve ervaringen. Leef het allemaal: vreugde, rouw, vernieuwing, politieke herovering. Verwijl tussen categorieën, tussen het einde en het begin. Praktijk wordt politiek: het uitdragen van Caribische epistemologieën in een institutionele ruimte, het aandringen op belichaamde vormen van kennis die lang gemarginaliseerd zijn, maar diep verweven met de Nederlandse realiteit.
De slotroep ‘Ayo Momo’ wordt een technologie van continuïteit, een leus die aandringt dat zelfs uitgewiste geesten opnieuw verrijzen.
We komen samen om lawaai te maken, om samen te huilen, om samen soep te eten. Om te herinneren hoe we deze drempel bezetten en keer op keer durfden te verbeelden, als een collectief lichaam.
‘Ayo Momo’